N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Media Jaak Smeets is in 2016 ontslagen nadat bij het mediabedrijf een klacht binnenkwam over „ongepaste avances”. Het zou gaan om seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Het bedrijfspand van DPG Media in Antwerpen.Foto Shutterstock
Laatste update
Jaak Smeets, voormalig topman bij DPG Media, is in 2016 ontslagen na een klacht over grensoverschrijdend gedrag. Het bedrijf, waar onder meer de Volkskrant, het Algemeen Dagblad, Het Parool en Trouw onder vallen, meldde destijds echter niks over de daadwerkelijke reden van zijn vertrek bij de aankondiging van Smeets’ afscheid. Dat bevestigt DPG zondag nadat media-ondernemer Yves Gijrath eerder over de zaak naar buiten trad in het praatprogramma VI Vandaag en een podcast.
Barbara van Beukering, voormalig hoofdredacteur van Het Parool, vertelt zondag aan NRC dat Smeets „intimiderend” kon overkomen tijdens werk. Zelf is ze nooit geconfronteerd met het grensoverschrijdende gedrag. Het zou vooral op Belgische nieuwsredacties zijn gebeurd. Smeets zou vrouwelijke collega’s seksueel hebben geïntimideerd door ze ongewenst te zoenen en ze onder hun rok te hebben betast. DPG Media spreekt van „een aantal ongepaste avances”, maar laat zich inhoudelijk niet uit over de klacht.
Smeets werkte ruim twintig jaar bij DPG, in zijn laatste functie als directeur-uitgever. Daarvoor was hij onder meer hoofdredacteur bij de Belgische krant Het Laatste Nieuws. Volgens een DPG-woordvoerder is bij zijn vertrek niet over de klachten gecommuniceerd om de privacy van de betrokken vrouwen te beschermen. Ze benadrukt dat binnen het bedrijf „strikte regels gelden ten aanzien van grensoverschrijdend gedrag”.
Nadat er geruchten over Smeets’ gedrag circuleerden, stelde DPG in 2016 een onderzoek in. Daaruit bleek dat hij zich schuldig had gemaakt aan „ongepaste avances”. Smeets is toen berispt door de directie. Later kwam bij DPG een formele klacht binnen over hem, waarna hij per direct werd ontslagen.
Reactie
Het vertrek van Smeets kwam voor Philippe Remarque, in 2016 hoofdredacteur bij de Volkskrant, aanvankelijk als „donderslag bij heldere hemel”. Later hoorde hij van Belgische collega’s wat de daadwerkelijke reden voor zijn ontslag was.
De vier Nederlandse DPG-kranten hebben destijds niet over de kwestie geschreven. Remarque stelt in een reactie dat hij niet heeft overwogen het nieuws naar buiten te brengen. „De maatschappelijk-journalistieke belangstelling was toen anders dan nu. Bovendien hebben alle betrokkenen gevraagd om hun privacy te waarborgen. Door erover te schrijven, voldoe je niet aan dat verzoek.”
„Voor mij had de zaak geringe nieuwswaarde voor onze lezers. Dit speelde in België en was opgelost door het ontslag”, aldus Remarque. „Ik sta nog steeds volledig achter de keuze om niet over de zaak te schrijven.” Volgens de voormalig hoofdredacteur zijn er binnen de Nederlandse organisaties van DPG geen voorvallen bekend waarbij Smeets betrokken was.
Tweede Kamerlid Nilüfer Gündogan heeft een kort geding aangespannen tegen de Tweede Kamerfractie van Volt. Ze wil dat haar schorsing wordt teruggedraaid, eist een rectificatie van de partij en wil een schadevergoeding. Dat hebben haar advocaten vrijdag laten weten in een verklaring.
Gündogan werd zondag door haar partij geschorst vanwege grensoverschrijdend gedrag. Ze is nog lid van de Tweede Kamer, maar neemt op aandringen van haar partij geen deel aan debatten en treedt ook niet op in de media.
De melders voelen zich volgens de partij onveilig "omdat zij als fractielid ten opzichte van hen een machtspositie heeft", is de summiere verklaring op de site van Volt. De partij deelt verder geen details, om zo een veilige sfeer voor melders te creëren.
De zaak dient volgens de verklaring van het kantoor Knoops' Advocaten op 28 februari in Amsterdam. Gündogans advocaten Geert-Jan en Carry Knoops zeggen dat het Kamerlid het "betreurt dat het zover heeft moeten komen, omdat zij in de afgelopen dagen meerdere malen Volt de kans heeft gegeven om de situatie in der minne te regelen". Ze laat weten dat er "geen voor haar bevredigende oplossing bereikt c.q. aangeboden" is.
Gündogan liet eerder al weten dat ze de schorsing "buitenproportioneel" vindt en dat die "zonder nadere toelichting" is opgelegd. De 44-jarige politicus is een uitgesproken Kamerlid en mengt zich nadrukkelijk in discussies over de omgangsvormen in de Tweede Kamer. Als woordvoerder namens haar partij in coronadebatten is ze regelmatig betrokken bij harde aanvaringen in het parlement.
‘We zien een in de verdediging schietende Hugo de Jonge.’Beeld ANP
Bijltjesdag
De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft zijn licht laten schijnen over het beleid tijdens de eerste covid-golf die Nederland zowat van de kaart veegde. Het is een zakelijk rapport geworden over de feitelijke gang van zaken, met als hoofddoel te komen tot maatregelen om een herhaling van alles wat er fout ging, in de toekomst wanneer een volgende pandemie zich aandient, te voorkomen. De schuldvraag wordt daarbij nadrukkelijk níét gesteld.
En daar gaat het meteen al mis en wordt een chronisch Haags probleem zichtbaar: de afrekencultuur. Want hoezo wachten op de parlementaire enquête om vast te stellen wie schuldig is aan de schrijnende situatie in de verpleeghuizen? Is dat niet een ‘schandvlek’ (Lilian Marijnissen) die onmiddellijk uitgewreven moet worden in een vlijmscherp debat? Tegelijk zien we aan de andere kant van het spectrum een in de verdediging schietende Hugo de Jonge.
Zo wordt van het debat over een goed rapport, en dat is niet voor het eerst, door veel partijen bij voorkeur een politieke bijltjesdag gemaakt, met maar één doel: scoren voor de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Hoeveel banaler wil je het hebben? En misschien nog wel belangrijker: wat schiet ons land hiermee op?
Koos Tiemersma, Drachten
Wetenschappers en politici
Wereldwijd zijn er in het coronadossier aanzienlijke fouten gemaakt, zoveel is nu duidelijk. Enerzijds omdat het voor eenieder terra incognita was en anderzijds omdat deze onbekendheid overal ter wereld anders werd opgepakt, met een kampioenschap verplassen als gevolg.
Vooral in het beginstadium keek iedere aardbewoner dan ook met groot ontzag naar zijn daadkrachtige bestuurders en wetenschappers. Nationale parlementen konden, een paar uitzonderingen daargelaten, na wetenschappelijke briefings comfortabel akkoord gaan met de voor die specifieke periode aangekondigde nieuwe maatregelen.
Het ultieme leermoment van deze pandemie moet dan ook zijn om voor toekomstige situaties het aantal wetenschappers in zo’n taskforce te halveren en de vrijgekomen plekken op te vullen met economen en mensen uit het bedrijfsleven. Wetenschappers hebben nu eenmaal de eigenschap – daartoe zijn zij ook opgeleid – om pas bij 100 procent zekerheid een beslissing te nemen en beseffen vaak niet, of willen niet beseffen, dat het best ook eens een keer 85 procent kan en mag zijn.
Eenzelfde scenario treffen we al een aantal jaren aan bij het wereldomvattende klimaatprogramma: de een is nog strenger in de leer dan de ander – en ook daar weer die parallellen met lokale politici, van wie enkelen oprecht geloven dat zij de oplossing in handen hebben om de wereld te redden.
De Jeroen Dijsselbloem van het jaar 2050 zal er tegen die tijd ongetwijfeld weer een mooi rapport over mogen schrijven.
Wim Everwijn, Capelle aan den IJssel
Vergrootglas
De overheid en het Outbreak Management Team liggen onder het vergrootglas van de Onderzoeksraad voor Veiligheid bij het onderzoek naar de aanpak van de coronacrisis. Prima zaak. Het lijkt me ook eerlijk en nuttig om te onderzoeken wat de rol is geweest van de politieke partijen en de Tweede Kamer.
Wat hebben zij gedaan om de aanpak van de coronacrisis te verbeteren of te ondermijnen? Wat hebben zij bepleit in de voorgaande jaren om goed voorbereid te zijn op een pandemie, en tijdens de pandemie om de negatieve gevolgen ervan zo goed mogelijk in te dammen?
Gerard Mensink, Vleuten
Tunnelvisie
Best lastig om tijdens het lezen van de bevindingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid niet heel hard en kinderachtig ‘zie je nou wel’ te roepen. Zo wordt geconcludeerd dat in de eerste maanden van de coronacrisis sprake was van tunnelvisie. Terwijl er heus vanaf het begin behoorlijk wat wetenschappers en (ervarings)deskundigen consequent andere geluiden lieten horen. Toch voorspel ik dat uit verdere onderzoeken (gericht op de periode september tot heden) én eventuele parlementaire enquêtes gaat blijken dat het voor velen een onmenselijk lange en donkere tunnel werd om af te leggen.
Nanette Haze, Nijmegen
Corps Mobiele Colonnes
Als voormalig crisiscoördinator van het ministerie van Buitenlandse Zaken volg ik met belangstelling de verslaggeving over het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over de eerste maanden van de coronacrisis. Ik onderschrijf het gebrek aan voorbereiding en het gebrek aan bevoegdheden, middelen en mensen.
Wat echter vergeten wordt, is dat we dat dertig jaar geleden allemaal wél hadden. Het Corps Mobiele Colonnes (CMC) en de inspanningen op het vlak van de civiele verdedigingsvoorbereiding konden ook voor grootschalige rampen en pandemieën gebruikt worden. Het CMC had diverse noodhospitalen met alle benodigde apparatuur. Een restantje heeft nog een rol gespeeld bij de afhandeling van de MH17-ramp (Crailo). Deze voorzieningen werden in het kader van het vredesdividend in de jaren negentig wegbezuinigd.
Het in stand houden van dergelijke voorzieningen kost uiteraard geld (dat gaat in tegen het neoliberale denken), maar heeft wel een grote maatschappelijke waarde. Dat is ook een les van de coronacrisis.
Pieter van Nispen, Capelle aan den IJssel
Inlezen
Het Outbreak Management Team kwam in een verantwoordelijke in plaats van een adviserende rol terecht. Niet goed. Een adviseur moet immers onafhankelijk kunnen adviseren, schrijft de Onderzoeksraad voor Veiligheid. De onderliggende vraag is: hoe functioneert een ministerie als je een minister aanstelt die zelf geen kennis heeft van het beleidsterrein en zich eerst moet ‘inlezen’?
Nou, zo dus.
De geschiedenis blijft zich echter vrolijk herhalen. De nieuwe minister van Volkshuisvesting heeft zich inmiddels ingelezen. De ellende van de als gevolg van marktdenken compleet ontspoorde woningmarkt is misschien iets minder een kwestie van leven of dood, maar daarom niet minder ernstig. Gescheiden stellen die noodgedwongen moeten blijven samenwonen, onze kinderen die geen woonruimte kunnen vinden. Het was geen overbodige luxe geweest om juist boven dat ministerie een minister te plaatsen die zich niet eerst hoeft in te lezen.
Alleen zeventigplussers en enkele andere risicogroepen moeten voorlopig in aanmerking komen voor een tweede boosterprik. Voor alle overige volwassenen is dat nog niet nodig. Dat staat in een nieuw advies van de Gezondheidsraad aan het kabinet.
Naast zeventigplussers moeten bewoners van verpleeghuizen, volwassenen met het downsyndroom en volwassenen met een immuunstoornis een tweede boosterprik aangeboden krijgen, vindt de raad.
Voor alle overige groepen is de verwachte gezondheidswinst te beperkt, beargumenteren de experts. Dat komt volgens de raad doordat de omikronvariant flink milder is dan zijn voorgangers, het aantal nieuwe besmettingen de komende tijd naar verwachting afneemt én het effect van de booster slechts tijdelijk is.
"Dit advies geldt voor de korte termijn", benadrukt de Gezondheidsraad. De deskundigen nemen de coronasituatie eind maart opnieuw onder de loep. Mogelijk komen dan meer groepen in aanmerking voor een extra boosterprik. "Nieuwe, onvoorziene ontwikkelingen kunnen dan de aanleiding zijn om ook specifieke groepen onder de zeventig jaar een extra prik aan te bieden."
Beslissing voor extra boosterprik mede genomen uit voorzorg
De raad wil de risicogroepen en zeventigplussers al wel een tweede boosterprik geven, maar die beslissing wordt mede uit voorzorg genomen. "Er is nog steeds grote onzekerheid over het verloop van het aantal besmettingen. Deze groepen lopen een groter risico op ernstige ziekte en de bescherming van hun eerste booster is inmiddels afgenomen", stelt de raad.
Ook wijzen de experts erop dat de coronagolf in vrijwel alle leeftijdsgroepen tot een hoogtepunt is gekomen, maar dat het aantal nieuwe infecties onder zeventigplussers nog stijgt.
Over de werkzaamheid van een tweede booster is nog weinig bekend, erkennen de deskundigen. De data die er zijn, zouden er echter op wijzen dat de prik extra bescherming oplevert. "En er is op korte termijn geen alternatief beschikbaar om zeer kwetsbare groepen de benodigde bescherming te bieden", stipt de Gezondheidsraad aan.
80 procent van de zeventigplussers heeft de eerste boosterprik gehad.